Broederlijke rivaliteit

“More people would be depressed, if parents tried to please their children as frequently and as badly as children try to please their parents.”

~ Mokokoma Mokhonoana

De rivaliteit onder controle

Rivaliteit was een onderwerp waar ik dacht weinig mee te hebben. Zelf ben ik opgegroeid als enigs kind, dus waren er letterlijk geen broers of zussen om mee te strijden. Toen mijn eigen zoons als dreumes en peuter regelmatig mot met elkaar kregen en hun geschillen vooral fysiek probeerden op te lossen, zat ik dus met mijn handen in het haar. Ik las artikelen en een boek over het onderwerp, volgde een workshop bij een collega trainer en leerde anders kijken naar de conflicten tussen mijn zoons. Mijn tolerantie voor ruzie thuis werd veel groter en ik kreeg zelfs plezier in het zelf aanstichten van conflicten zodat ik kon oefenen in bemiddelen. Dan verstopte ik bijvoorbeeld een deel van de koekjes terwijl er gastkindjes waren en verzuchtte: “Hey, er zijn nog maar 2 koekjes en we zijn met zijn vijven vandaag. Oh jee, hoe gaan we dit nu oplossen?

Doordat ik zo een fijne modus had gevonden om met de conflicten in ons (uitgebreide) gezin om te gaan, dacht ik dat er van rivaliteit geen sprake meer was. Tot de intense kwaadheid van mijn zoon mij wakker schudde en er een groot inzicht in mij landde over waar broederlijke rivaliteit nu eigenlijk echt om draait.

Luisteren naar boosheid

Inmiddels was ik al een aantal jaren verder op mijn Geweldloze Communicatie pad. Anders omgaan met conflicten was gesneden koek geworden, maar er bleven van die momenten dat al mijn vaardigheden linea recta het raam uitvlogen en ik verzandde in boosheid. In deze periode oefende ik daarom vooral met het begrijpen en omarmen van mijn boosheid. En gaandeweg ondekte ik dat er vaak verdrongen pijn onder speelde waarbij ik mij onmachtig voelde om die te uiten. Dit was de ‘doorbraak’ die maakte dat het mij eindelijk lukte om bij een joekel van een woedeuitbarsting te blijven waar ik normaal halverwege mijn geduld kwijt zou zijn geraakt.

 

Onder boosheid schuilt vaak pijn die we niet durven uiten.

 

Een joekel van een woedeuitbarsting

Het was herfstvakantie en er kwam maar 1 gastkindje die dag. Het buurmeisje, Thibo’s beste vriendinnetje, was ook vrij en ik besloot om met zijn vieren naar de film te gaan. Met 4 kinderen op stap waarvan er 1 voor het eerst onder mijn hoede vond ik best spannend. Thibo was uitbundig dat zijn ‘verliefde’ mee was dus hij vertoonde wat je zou kunnen labelen als ‘haantjesgedrag’. Terwijl hij zo bezig was met indruk maken en stoere toeren uithalen, raakte ik hartstikke zenuwachtig, de verantwoordelijkheid drukte toch wel zwaar op mij. Met zo’n grote groep kinderen in de metro en de drukke binnenstad was ik te onrustig om echt te vertragen en de verbinding te zoeken, dus viel ik terug op mijn oude vertrouwde strategie: commanderen. Ik poogde om Thibo te laten doen wat ik van hem wilde met een serie geboden. In de buurt blijven, niet door de metro rennen, niet aan de railings hangen, niet tegen mensen opbotsen, niet praten tijdens de film, nou sssssshhht alsjeblieft! Het hielp allemaal niet echt, maar het was even het enige dat mij nog de schijn van controle gaf. En ondertussen probeerde ik naar zijn vriendinnetje te luisteren die blij was met de aandacht en het uitje, en mij de oren van het hoofd kletste.

Zijn jongere broertje Bence en ons gastkindje, die wat jonger waren en dicht bij mij in de buurt bleven had ik gelukkig geen omkijken naar. Ik had mijn handen al vol aan Thibo en zijn vriendinnetje. Tegen de tijd dat we na de film weer terug bij huis waren liep ik over van alle stress en prikkels. We bleven nog even buiten in de speeltuin voor ons huis om te ontladen. En toen het gastkindje was opgehaald door haar moeder en ik eindelijk binnen een kopje thee kon gaan drinken barstte de bom.

Beschermende macht

Thibo liep tierend weg uit de speeltuin. Zijn vriendinnetje kwam bezorgd naar mij toerennen: “Hij wil er niet meer vandaan komen!”. Ik probeerde Thibo bij mij te halen. Hij weigerde om te komen. Maar omdat ik zijn kleine broertje niet alleen achter durfde te laten besloot ik mijn beschermende macht in te zetten en hem fysiek op te pakken en naar de speeltuin te verplaatsen. Nu ging hij helemaal los. Hij trapte, schreeuwde en tierde, gaf mij kopstoten en probeerde uit alle macht om los te komen. Helemaal niet gemakkelijk om te incasseren van een sterke 7-jarige zonder zelf terug boos te worden.

Maar ik was vastbesloten om erachter te komen wat er speelde. In mijn hoofd herhaalde ik de woorden: “It’s just a feeling and a need, it’s just a feeling and a need…” (Het is slechts een gevoel en een behoefte, het is slechts een gevoel en een behoefte). Deze mantra hielp mij om, ondanks de pijn, mijn zoon als mens te blijven zien in plaats van de vijand. Al worstelend kon ik plaatsnemen op de schommel met hem op schoot, ondertussen aan hem uitleggend dat het mij speet hem zo mee te slepen, maar dat ik zijn broertje niet alleen in de speeltuin kon achterlaten. En ik bleef herhalen dat ik echt wilde weten wat er aan de hand was met hem. Ondertussen vroeg ik Thibo’s vriendinnetje om ons even ruimte te geven, negeerde ik de blik van de buurvrouw die voorbij kwam lopen, parkeerde mijn schaamte en frustratie en bleef diep ademhalen om mijn zenuwen te kalmeren. Thibo kon alleen nog maar schreeuwen van razernij. Het waren niet eens woorden meer, het klonk meer als een dierlijk grommen en brullen. Ik bleef hem stevig vasthouden en vertellen dat dit niet fijn was, maar dat ik hem echt niet los zou laten tot ik wist wat hem zo van streek had gemaakt.

Empatisch luisteren

Na de eerste ontlading voelde ik zijn lichaam verzachten, hij gaf zijn verzet op. Blijkbaar voelde hij zich weer iets veiliger om mijn omarming toe te laten, maar hij was nog altijd heel boos. En weigerde om te vertellen wat er aan de hand was. Dus ging ik raden:

– Ben je boos omdat ik zoveel opmerkingen maakte naar jou vandaag?
> JA! Je bent niet eerlijk! (Ah, hij heeft het als oneerlijk ervaren, maar hoezo dan?)
– Is het omdat ik vooral op jou lette steeds?
> JA, je zeurt alleen op mij! (Ja logisch toch, jij sprong steeds uit de band, de rest van de kinderen zat gewoon lekker rustig bij me… Hmmm, en ja, terugkijkend klopt het dus wel wat hij zegt, ik was vooral streng tegen hem omdat ik mij over de kleintjes geen zorgen maakte, ik kan mij voorstellen dat dit niet leuk voor hem was)
– Dus je vind het gemeen van mij dat ik alleen op jou aan het vitten was en dat je broertje niks te horen krijgt?
> JA! (Nou ja zeg, ik zeg er heus ook wel wat van wanneer Bence iets doet hoor… maar ik wil verbinding, dus ik raad nog even verder.)
– Krijg je dan het idee dat hij alles maar mag en jij helemaal niks?
> JA! (Zucht… ja, daar kan ik mij wel wat bij voorstellen, ik werd als kind ook vaak als voorbeeld gebruikt voor mijn jongere neefjes en nichten terwijl ik heus niet altijd zin had om de braafste en de wijste te zijn)
– Dus het is echt hartstikke oneerlijk, je broertje die kan maar doen waar hij zin in heeft en jij krijgt altijd op je lazer!
> Ja… (Helemaal niet, helemaal niet! Bence is gewoon een stuk jonger en die loopt nu eenmaal niet in zeven sloten tegelijk, jij wel! *diepe ademhaling* Maar goed, dit is blijkbaar hoe hij het nu beleeft.)
– Hmm, het is niet altijd leuk om een broertje te hebben dus?
> * knikt*  (En ineens realiseer ik mij dat dit de grote pijn is die hij niet durft te uiten, hij wil mij niet kwetsen, verwijt zichzelf misschien al wel dat hij dit uberhaupt over zijn eigen broertje durft te denken. Geen wonder dat hij zo kwaad werd, van pure onmacht. Ik besluit juist woorden te geven aan die vreselijke, onwelkome gedachte die hem zoveel pijn doet.)
– Op zulke momenten, zou je dan het liefste willen dat je helemaal geen broertje had?
> JA! (Auw, dat doet pijn om te horen, ik vind eigenlijk dat hij blij zou moeten zijn een broertje te hebben, ik heb er altijd een gewenst maar bleef alleen als kind, hij mag zich gelukkig prijzen met een broertje… Oh wacht: Het is maar een gevoel en een behoefte, het is maar een gevoel en een behoefte… )
– Hmmmmmm, is het dan misschien dat je bang bent dat ik je broertje liever heb dan jij?
> *stilte*
– Zou je het liefste willen dat jij mijn enigste lieverd bent, dat je altijd zeker weet dat ik echt ontzettend van je houd, wat je ook doet?
> *tranen*

Nu schokt zijn lichaam en rollen er dikke tranen over zijn wangen en over de mijne. Ineens zijn wij allebei verbonden met de prachtige behoefte om te willen weten dat je ertoe doet. Om onvoorwaardelijk te worden liefgehad. Zonder vergelijking met anderen, maar puur gezien te worden voor jouw eigen waarde als mens.

 

Zou je soms het liefste willen dat je helemaal geen broertje had?

 

Ertoe doen

Ik kende deze behoefte niet zo sterk, omdat ik thuis de aandacht niet hoefde te delen met een broer of zus. Maar door te luisteren naar Thibo, en mij te laten raken, kom ik ook in contact met het stuk in mij die als kind als uniek individu gezien had willen worden. Speciaal wilde zijn en ertoe doen. En met berouw in mij zie ik met terugwerkende kracht hoe ik, in mijn onwetendheid, heb bijgedragen aan deze pijnlijke dynamiek tussen de broers. Door ze te vergelijken met elkaar, ze te labelen als ‘de verlegene’ en ‘de ondernemende’, ze niet beiden te betrekken in de dialoog als er iets niet lekker loopt waardoor Bence er steeds gemakkelijk vanaf kwam, en om van Thibo te verwachten om de oudste en de wijste te zijn van de twee. Dat doet pijn, ik wilde dat ik het anders had gedaan. En tegelijkertijd ben ik dankbaar dat deze les nu echt in mijn lichaam geland is. Meer nog dan door erover te lezen in een boek, tips op te volgen van een blog op internet of erover te horen in een workshop. Mijn wens om bij te dragen aan een gelijkwaardige verhouding tussen de broers en hen ieder als volwaardige mensen met hun eigen gevoelens en behoeften te behandelen is nu intrinsiek gemotiveerd. Deze les vergeet ik niet meer.

Anders kijken naar rivaliteit?

Wat ik hierboven beschrijf was in dat moment niet moeilijk, maar tegelijkertijd ook niet simpel. Er ging veel innerlijk werk aan vooraf. Het aangaan van mijn eigen overtuigingen over boosheid, conflict en rivaliteit. Zonder mijzelf te pushen om de oude patronen los te laten, zonder mijzelf te dwingen om tot inzichten te komen en de oude pijn te doorvoelen. Zonder dat deel in mijzelf af te wijzen dat zoveel veiligheid ontleende aan deze denkwijze, maar ernaar te luisteren en met compassie bij stil te staan. Dat maakte dat ik in dit uitdagende moment, net genoeg ruimte in mijzelf kon maken om de trappen te incasseren en toch te blijven luisteren.

Wil je ook in een veilige bedding met steun en compassie van gelijkgestemden kijken naar jouw verhalen rondom conflict en rivaliteit? In de verdiepingsworkshops Connectie in Conflicten en Ruzie en Rivaliteit word je uitgenodigd om met mildheid te werken aan jouw eigen praktijkvoorbeelden en oefen je met vaardigheden om anders om te gaan met rivaliteit en conflicten in gelijkwaardigheid op te lossen.

Als je nog geen ervaring hebt met Geweldloze Communicatie, dan is het kijken naar jouw patronen rondom boosheid een mooi begin. In de workshop de Schoonheid van Boosheid en in de Ouderschapschallenge (online) verkennen we wat er nu eigenlijk gebeurt wanneer je onvoorwaardelijke aanpak ineens het raam uitvliegt en je toch ineens uit je slof schiet. Ook oefen je met het leren luisteren naar intense boosheid en maak je kennis met het Geweldloze Communicatiemodel.

Kijk in de trainingskalender voor de volgende gelegenheid of neem contact op als je een van deze workshops graag bij jou in de buurt zou willen bijwonen.

Meer lezen?

 

Geef een reactie

X

Paswoord vergeten?

Word lid

Nieuw paswoord aanvragen
Geef je e-mail adres in. Een nieuw paswoord wordt naar je mailbox gestuurd.